skip to Main Content

De koerier draaide de bocht om in Haarlem en sprak de gevleugelde woorden: “We zijn nog op tijd ook.” De Speler van het Seizoen stelde nog voor dan nog een beetje om te rijden, maar de koerier wilde er niets van weten. En zo kwam het dat de Speler van het Seizoen ruim op tijd aan kwam bij de RFC Haarlem.

Terwijl de Speler van het Seizoen onder een afdakje, rustig een peukje stond te roken, kwam er een oude bekende (da’s makkelijk in deze klasse; je komt eigenlijk alleen maar oude bekenden en beginnelingen tegen): “Jullie kleden je boven om.”

“Je bedoelt door de regen, die trap op?”

“Ja.”

“Nee hoor.”

“Ja; we dachten vanochtend nog om het af te keuren. Maar ja; wat moet je dan?”

We knikten naar elkaar en vertelden elkaar dat het toch ook niets zou zijn, zo’n middag warm op de bank voor de TV met een zeslandenpotje op de buis. Je moet er toch niet aan denken.

Nou; de Speler van het Seizoen heeft er nog vaak aan gedacht toen ie in de ijsregen op de toendra stond te verstijven. Dat hield eigenlijk pas op toen zijn hele systeem zo door en door verkleumd was dat alleen visioenen van Ötzi de IJsman nog maar opkwamen.

Het begon allemaal nog wel gezellig, met Boris die in de kleedkamer voor de hele groep zijn exkuses aanboodt voor zijn bizarre beweringen dat hij eigenlijk een scrum-half was en dat hij niets liever deed dan full-back of wing spelen. Hij bedankte ons allemaal voor het feit dat wij allemaal toch maar zo goed waren om hem überhaupt te laten deelnemen aan het feestje dat AAC VVV heet. We deden een groepsknuffel en Gerco vergaf Boris al zijn zonden.

Vervolgens zongen we Gijs toe en betraden we het veld voor een potje rugby.

God, wat was het koud. De ijsberen waren allang gestopt met zeuren om kooltjes en hadden zich terug getrokken in een warm hol. En nat! En een wind! De laatste wedstrijd die ik mij kon herinneren in soortgelijke omstandigheden was een wedstrijd tegen Slavia Praag die legendarisch werd om de derde helft die grotendeels werd doorgebracht met het langzaamaan ontdooien van Dave.

Nu ik er over nadenk werd die wedstrijd ook geleid door een kind. Nu wil ik niet klagen over de scheidsrechters. Laten we wel zijn; de scheidsrechters zijn gemiddeld ongeveer zo goed als de spelers. En Tjeemullig; wat waren wij slecht!

Helaas voor ons gold dat niet voor iedereen. Met name de vijftien mannen in Haarlem shirts begonnen uitstekend. Een viertal kort na elkaar toegekende strafschoppen werden snel genomen en voordat we het goed en wel doorhadden stormde Michel Arends langs het gehele Amsterdams pack zonder ook maar een strobreed in de weg te worden gelegd. Try!

Kort daarna werd de koerier enigszins ongelukkig (voor de koerier althans) besprongen door een aantal tegenstanders. Een komische bijkomstigheid van dit evenement was dat werkelijk ieder peesje in de geplaagde rug van de koerier in een eigentrilling werd gebracht, waardoor een heel bizar geluid over het veld trok. Denk een beetje aan de flaterfoon.

Het kostte nogal wat moeite om de wisselspeler te overtuigen zijn warme schuilplaats te verlaten om ons te komen versterken. Paddy nam deze gelegenheid waar om het nivo van de scheidsrechter wat op te krikken. Dat bleek een verstandig besluit, want dat gaf ons de ruimte om ons nivo ook op een aanvaardbaar nivo te brengen.

Het ging beter. Niet genoeg, maar wel beter. Haarlem beschikte over een prima pack en een aantal grote backs die met veel plezier onze verdediging aan gort liepen. En hoewel Walter van Ling een fijne vent is, die we graag op de vaderlandse velden zijn dingetje zien doen, waren er weinig spelers van AAC die het heel erg vonden dat deze tijger er na een tijdje ellende aanrichten bij AAC ook de brui aangaf.

Het maakte een wereld van verschil. AAC kwam langzaamaan (heel langzaam, want verkleumd) weer terug in de wedstrijd, en met de rust leek het er op dat er wat te halen was. De eerste helft hadden we immers moeten opboksen tegen een straffe wind en die zouden we de tweede helft in de rug hebben. We waren er dan ook snel over uit in de rust; hup de slof onder die bal en druk zetten op de full back. Een gouden plan. We hadden het al helemaal voor ogen; met 300 verkleumde vingers op het veld zou passen onverbiddelijk moeten leiden tot scrums in de 22 van Haarlem. Het enige alternatief dat overbleef voor de, snel te beklagen, full back zou zijn om ons te bal terug te geven middels een, ongetwijfeld, armzalig kickje.

Helaas bleken ze bij Haarlem niet helemaal mee te spelen met onze snode plannetjes. Bij Haarlem ging Ihra van de hooker af naar de full-back. Ihra heeft in zijn hele rugbyleven nog nooit een bal geschopt en passen doet ie ook al niet. En aangezien de man net zo breed is als dat ie hoog is en minimaal drie keer zo dapper, pak je de bal ook niet zomaar af.

Wat dus initieel zo’n een fraai en goed doordacht plan leek, leidde uiteindelijk alleen maar tot nog meer eindeloos moddergeworstel.

Ik had hier graag geschreven dat wij in de tweede helft met schitterende spel de tegenstander uiteindelijk helemaal zoek speelde, maar de waarheid is dat het een enorm gevecht was. De wedstrijd werd uiteindelijk gewonnen door ons omdat Haarlem net iets meer ballen uit de handen liet vallen en wij net iets vaker het 1 op 1 gevecht wonnen. Eindstand 19-32.

Terwijl de Speler van het Seizoen het veld afstrompelde dacht ie nog bij zichzelf: “Maar goed dat ze de wedstrijd niet hebben afgelast; dan had je maar warm op de bank gezeten voor de buis. Dan had je dit toch maar weer mooi gemist.”

De derde helft was gezellig (zoals je mag verwachten bij Haarlem). Er was nog een leuke zeslandenpot op de TV en er waren lekkere nootjes. Top!

Op de terugweg gaf de Speler van het Seizoen nog een boeiende lezing over moderne managementtechnieken aan de koerier. Kortom; een topdag.

Back To Top