skip to Main Content

Van Nick den Uijl

Vandaag zal een trieste dag zijn, maar vandaag zal ook een mooie dag zijn.

Ik heb wel eens, wel meermalen, moeten uitleggen wat het is met AAC. Eén keer heb ik het uitgelegd als volgt: “We zijn niet altijd even goed in het verwelkomen, maar we zijn heel goed afscheid nemen.”
Een heel goed voorbeeld daarvan was John. De eerste keer dat ik John sprak, verwelkomde hij mij met de mededeling dat ik een tientje moest beuren voor het wassen van de shirts en dan nog een tientje voor het bier.
John’s speciale manier om te zeggen dat je erbij hoorde. Toen ik voor het eerst een AAC shirt aan mocht trekken had John al een heel leven in de eerste rij erop zitten.
Hij had volkomen gelijk dat hij eerst wel eens wilde zien wat daar in het shirt, dat hij met zoveel trots en eer had gedragen, het veld ging betreden.
Mijn meest dierbare herinneringen met John zijn van het eerste decennium van deze eeuw, toen we besloten met een zooitje ouwe lullen, de donderdag voordat de competitie weer begon, als AAC VVV, weer dat te gaan doen wat ooit de reden was om rugby te spelen; lekker buiten spelen met je vriendjes.
Gouden jaren waren het. Rugby in de modder en de klei in de kelder van het wereldwijde rugby.
Maar met passie, met plezier.
Uitwedstrijden met meer toeschouwers dan spelers. Zo herinner ik mij een uitwedstrijd in Delft waar we met twaalf spelers het veld betraden, maar wel meer toeschouwers mee hadden gebracht dan dat er op waren komen dagen van de thuisclub. Wel gewonnen natuurlijk.
John was er altijd bij. John was er altijd bij AAC. Altijd bereid om wat voor anderen te doen.
Eén van die betonnen pijlers waar een club op wordt gebouwd.
Want dat is het met AAC; het dak wil wel eens lekken, maar de fundering is altijd solide.
Ik heb John wel eens op een ALV omschreven als onze eigen Haarlemmerolie; het smaakt afschuwelijk, maar het is overal goed voor.
Dat was natuurlijk overdreven (dat van die smaak, hij was daarentegen daadwerkelijk overal goed voor). John was het prototype van de vriendelijke bromsnor.
Altijd oprecht geïnteresseerd hoe het met je ging. Zelfs toen het met John zelf wat minder ging de laatste jaren, was zijn eerste vraag als ik weer eens mijn gezicht liet zien op de club, hoe het ging met mij, Roeliek, en de kinderen.

Ik zal er zelf helaas niet bij kunnen zijn, maar ik weet dat ze er allemaal wel zullen zijn.
Dat ze voor John zullen zingen, dat ze John nog eenmaal op de schouders zullen nemen, en dat ze daarna nog eenmaal met John bier zullen gaan drinken.
Ik weet dat al die grote kerels, met of zonder bromsnor, zonder gene een traan zullen laten biggelen over hun wang.
En ook ik zal nog eenmaal de dievenwagen zingen, ook ik zal vanavond een glas bier drinken met John.

Nog eenmaal zingen met John.
Nog eenmaal drinken met John.

Bedankt, dat ik je heb mogen kennen.

Back To Top