skip to Main Content

Ja, ja; de kompetitie zit er weer op. Dus het is tijd om de claims weer eens nader te bekijken. Tot nog toe zijn er 70 claims ingediend. Dat zijn er precies 70 teveel. Wil ik daarmee zeggen dat, indien er problemen zijn, er niet opgetreden zou moeten worden. Nee, natuurlijk niet. Maar dat zou gewoon vanuit de kompetitieleiding zelf moeten gebeuren; niet op aangeven van clubs. Maar claimen loont, en dus zal het nog wel even schering en inslag blijven. Van de 70 claims zijn er namelijk 52 toegekend. Schrijnend is dat het vaak geen reet uitmaakt wat de verdediging van de club waartegen wordt geclaimd is; toekennen vindt vrijwel automatisch plaats. Dat is jammer, want je krijgt het gevoel als je de claims leest, dat er vrijwel geen enkele rekening met elkaar wordt gehouden. Laten we wel zijn; hoewel we dat misschien graag anders zouden zien, is rugby in Nederland een amateursport van goedwillende liefhebbers die in kleine vereniginkjes hun best doen om zo vaak mogelijk lekker wat te ballen.

Er zijn dus 52 claims toegekend en er zijn er 17 afgewezen. Dat betekend dat er nog eentje openstaat. Die ene gaat ons aan.

Afgelopen woensdag speelde het derde zijn laatste kompetitiewedstrijd thuis tegen West Friesland. Het is natuurlijk al heel spijtig dat die wedstrijd op een woensdag moet plaatsvinden, maar daar gaat het nu niet over (zijdelings kom ik daar nog wel op). De heenwedstrijd speelden was in een gelijkspel geëindigd, dus deze pot zou geen makkie worden. Omdat de eerste wedstrijd vooral beslist werd op de flanken (laten we wel zijn; de voorwaartsen van West Friesland zijn nou niet echt wat je zegt kleine jongens), begonnen we onze wedstrijd met een zo mobiel mogelijk pack. Dat betekent, zoals iedere AAC-er zal begrijpen, dat de Speler van het Seizoen de eerste helft van de zijlijn mocht bekijken. Normaal gesproken is dat de favoriete positie van de Speler van het Seizoen, maar deze keer deed het pijn aan zijn ogen (om over zijn hart nog maar niet te spreken).

Wellicht begon AAC de pot met een heel mobiel pack, maar die mobiliteit bleek toch vooral in de scrums. En nou niet wat we zeggen in de richting die we graag zien. Onze scrum vloog achteruit. We zullen er niet al te veel over zeggen, maar er was een heel onverkwikkelijk incidentje met een scrum op onze eigen vijfmeterlijn en een bijbehorend afgrijselijk resultaat. Normaal gesproken zou zoiets voer voor weken diskussie opleveren, maar ik denk niet dat iemand bij AAC ooit nog woorden wil vuil maken aan deze schandvlek.

Wel was duidelijk dat er iets moest gebeuren. En wat doe je als je verdediging versterking behoeft? Dan neem je een topadvokaat in de arm. Zo gezegd, zo gedaan. Dat hielp al heel aardig. Maar het was en bleef verders een bedroevende vertoning. Ruststand 0-5.

In de rust werd in niet mis te verstane bewoordingen uitgelegd dat dit toch niet de bedoeling was. Er werden wat wissels doorgevoerd en Speler van het Seizoen werd van stal gehaald.

Ik wil niet veel zeggen, maar het was een briljante wissel. Ik zou hier graag verhalen van alle heldendaden die de Speler van het Seizoen in de volgende veertig minuten verrichtte, maar er zijn geen woorden om te beschrijven wat voor wonderen deze held allemaal verrichtte. Maar als ik een woord zou moeten kiezen, dan zou het inertia zijn.

Want waar voor de wedstrijd mobiliteit nog het toverwoord had geleken, bleek het juist een volkomen gebrek aan mobiliteit in de eerste rij te zijn wat het derde nodig had. Met een stabiele scrum kon de derde rij eindelijk doen wat zij het beste doet; lopen met de bal. De backs kregen eindelijk de ruimte om te doen, wat zij het beste doen; lopen met de bal. Al met al liep het allemaal een stuk lekkerder in de tweede helft (behalve dan de Speler van het Seizoen; die was niet in beweging te krijgen) en AAC liep een vijftal tries binnen.

Wonder boven wonder bleken ook de konversies ineens weer van belang; uit de moeilijkste hoeken werden die ineens tussen de palen door geramd. Eindstand: 35-5.

Een mooie pot; een goede eerste helft van West Friesland en een betere tweede helft van AAC. Wat wil een mens nog meer.

Niets, zou je zeggen.

Groot was dan ook onze verbazing op zaterdag dat West Friesland de wedstrijd heeft geclaimd. Waarom? Het is ons volkomen onduidelijk. West Friesland klaarblijkelijk ook, getuige het feit dat er nog geen reden is gegeven: ” Maandag kom ik hierop terug ivm prive omstandigheden.. Ik hoop dat hiervoor begrip is. Met vriendelijke groet, Rugbyclub West-Friesland”. Laat ik hier voorop stellen dat ik hoop dat de “prive omstandigheden” niet iets serieus inhouden, want dat gun je niemand. Maar we hebben ons werkelijk suf gepiekerd wat de reden van de claim zou kunnen zijn.

Waren we niet op komen dagen?

Waren we te laat op komen dagen?

Waren we inkompleet?

Hadden we spelers opgesteld die niet speelgerechtigd zouden zijn?

Voor zover wij weten, is daar allemaal geen sprake van. Hoewel het wel leek alsof we de eerste helft niet op waren komen dagen, stonden er toch echt gewoon vijftien man van AAC op het veld. We hebben nog eens goed gekeken naar de spelers, maar het waren toch echt dezelfde spelers die al het hele seizoen voor het derde spelen; een stelletje ouwe lullen en een paar beginnelingen. Precies zoals dat hoort in de vierde klasse.

Vanzelfsprekend kreeg de Speler van het Seizoen de schuld door de komplottheoristen in de schoenen geschoven. Zijn verweer dat men toch moeilijk een 41-jarige, kreupele, lichtkalende, ietwat aan overgewichtleidende man leidend aan serieuze trainingsallergie, van zoiets kon beschuldigen, was aan dovemansoren gericht. Het moest hem wel zijn.

Ik hoop het ergens wel een beetje, want het alternatief zou erger zijn.

Het alternatief, namelijk dat de claim zou zijn ingediend onder het mom dat men later nog wel een reden zou bedenken, afhankelijk van de resultaten van de zondag, zou verschrikkelijk zijn. Dat zou werkelijk tegen ieder gevoel van sportiviteit en alles waar we toch graag van beweren dat rugby voor staat indruisen.

Misschien dat ze de advokaat willen wraken (geen idee of zoiets kan, maar je leest wel gekkere dingen in de krant).

Maar goed; er is dus één onbestemde claim en er zijn 69 ander claims ingediend. Alle legeringen van het rugby hebben er last van. 10 claims bij de dames, 9 in de beker, 10 bij de jeugd en de rest bij de reguliere herenkompetitie. Vooral het claimen bij de jeugd doet natuurlijk de tranen opwellen. Immers; jong geleerd, oud gedaan, dus dat doet weinig goeds beloven voor de toekomst. Gelukkig zijn jongen nogal tegendraads, dus er is nog de hoop dat ze zich, zoals jongelui betaamd, voor de rest van hun leven tegen deze kwaal gaan verweren.

De klassen met de meeste claims zijn de Tweede Klasse Noord en de Derde Klasse Zuidwest. In de Tweede Klasse Noord heeft Spakenburg zich terug moeten trekken en in de Derde Klasse Zuidwest heeft Sparta 2 zich terug moeten trekken. Dat is natuurlijk een goede verklaring voor het aantal claims, maar het is geen goede ontwikkeling voor het rugby.

Een pluim moet nog gegeven worden aan de Tweede Klasse Noord bij de dames, waar geen enkele claim werd ingediend. Nu zou het makkelijk zijn om te schreeuwen dat dit een klasse is met maar 5 teams. Maar daar staat tegenover dat de reisafstanden in deze klasse afschrikwekkend zijn en dat menig wedstrijd daar wordt gespeeld met inkomplete teams (of dat op zich gewenst is, is een ander punt); het kan dus wel.

De meeste claims werden ingediend door de The Bassets (4) en Utrecht (5). Nou zijn dat grote verenigingen met veel teams in kompetitie, dus is de kans groter dat er wat te claimen valt. Maar het feit dat alle Utrechtse claims zijn ingediend in de vierde klasse doet toch de wenkbrauwen enigszins fronsen. Laten we wel zijn; er is één nivo lager kwa rugby wereldwijd en dat is de Tweede Klasse Nepal (Khatmandu uit; altijd lastig) . Als er dus een klasse is waar rugby breedtesport hoort te zijn, dan is het wel de vierde klasse.

Je gaat ja dan ook afvragen wel nut er nou precies gediend is bij dit soort claims (je zal maar spelen in een team dat meerdere wedstrijden claimt; dan speel je dus zelf ook niet).

Bij mijn weten is niemand in Nederland zo stom om kontributie te betalen aan een vereniging en daarnaast nog een bedrag aan bondskontributie, om vervolgens vooral niet te willen spelen. Maar, hoewel er al jaren wordt geroepen dat onze sport groeit als kool, bestaat onze sport toch vooral uit kleine vereniginkjes met één tot anderhalf team, en dat beperkt nogal eens de mogelijkheid met 15 spelers in het veld te treden. In plaats van halfgeblesseerden dan toch het veld in te sturen, of mensen die eigenlijk het nivo nog niet aankunnen op te stellen, zou het een stuk beter zijn om zo´n pot dan later in het jaar te spelen.

Vandaag is de lente begonnen. Afgelopen weekeinde ben ik voor het eerst weer in mijn korte broek naar de club gegaan. Kortom; het is weer die tijd van het jaar waarop je het liefst ieder weekeinde een potje zou gaan rugbyen. Maar helaas; dat gaat niet meer, want de kompetitie is afgelopen.

Ik begrijp nog wel het idee dat de landelijke klassen een beetje op tijd afgelopen moeten zijn, want er is nog nakompetitie, er zijn nog finales, er zijn nog interlands en er moet nog Rugby Sevens worden gespeeld. Begrijp ik allemaal. Maar waarom er in de derde en vierde klasse niet meer zo moeten worden gebald, is mij volkomen onduidelijk.

En met mij is het denk ik velen onduidelijk.

Nou heb ik ook wel eens horen zeggen, dat het dan beter is als de tegenstander dan toch op komt dagen (al is het inkompleet), waant dan heb je in ieder geval nog een wedstrijd. Volkomen kul natuurlijk. Vorig seizoen reed ik naar mijn aloude studentenklupje voor hun laatste wedstrijd van het seizoen. Dat was leuk, want de mannen waren net kampioen geworden. De kampioenswedstrijd hadden ze op een doordeweekse wedstrijd aan de andere kant van het land moeten spelen (want ja; de kompetitie moest op tijd af). Zo heb je nog eens plezier van je kampioenswedstrijd. Geeft niets, want er was dus nog die laatste wedstrijd, en die was thuis. Dus dat zou nog een feestelijke dag worden.

Dat viel een beetje tegen. De tegenstander was met negen man komen opdagen (dus niets dan hulde voor hun), omdat hun eerste team nou eenmaal nog een wedstrijd had en die wilden wel kompleet spelen (want er was nog wel wat te winnen). Dus hun tweede was met negen man afgereisd. Hun beweegreden was ook heel valide: “Anders krijgen we 250 euro boete.” Daar kan ik mij wel in vinden. Leuk werd het natuurlijk nooit. Enschede vulde Zwolle 2 natuurlijk aan (want over die twee teams ging het) en er werd gespeeld. Echt leuk wordt zo’n wedstrijd natuurlijk nooit. Had ook geen zak met rugby te maken.

Natuurlijk had Zwolle best een week later willen komen met een kompleet team om er een mooi rugyfeestje van te maken. Maar ja; dat mocht niet. De kompetitie moest immers op tijd af zijn. Winnaars? Eigenlijk geen en rugby al helemaal niet.

Het gedwongen afraffelen van de kompetitie is een soort van sluipend gif dat langzaamaan de breedtesport om zeep helpt. Dat effekt wordt dan nog eens versterkt door die bezopen boetes. Waarom moeten teams, die hun best doen om deel te nemen aan de kompetitie (en daar gaat het toch allemaal om) beboet? Je verliest de wedstrijd al met 30-0, je krijgt 5 punten aftrek, en daar bovenop krijg je ook nog eens 250 euro boete. Denk er nog eens goed over na. Stel je voor; je bent een klein klupje met net 25 spelende leden. Je hele begroting gaat, alles bij elkaar de 3500 euro niet te boven. Stel je voor, je hebt een beetje pech; er verhuizen een paar spelers, je hebt wat blessures en er kunnen gewoon af en toe een paar spelers niet (ze moeten bijvoorbeeld ook wel eens werken). Kortom; je kan gewoon een paar keer geen team op de been brengen. Als het even tegenzit, dan heb je zo 1000 euro boete bij elkaar. Dan ben je als vereniging dus gewoon failliet!

Is het vreemd dat verenigingen huiverig zijn om een tweede team in te schrijven?

Dat is nog los van het feit dat die 30-0 en vijf punten aftrek al voldoende kompetitievervalsing inhouden. Dan heb ik het niet zozeer over de teams die de punten krijgen, maar vooral over de teams die niets met de claim te maken hebben. Vooral omdat er meer dan voldoende mogelijkheden zouden zijn om die wedstrijden alsnog te spelen. Ware het niet dat de kompetitie om de één of andere reden niet door kan lopen in de lente.

Houdoe,

Nick.

Back To Top