skip to Main Content

pronkstuk1

Elk club heeft ze. Prominent boven de bar of verscholen in een hoekje. Pronkstukken. Samen vormen ze het museum van de amateursport. Opdat de verhalen worden doorverteld. Elke week plaatsen we een nieuw pronkstuk in het museum van SportclubNL. Deze week een iconisch rugbyshirt van AAC.

Een rugby-aanval behoort tot de wereldwonderen van de sport. Razendsnel vloeit de eivormige bal van hand tot hand over de breedte van het veld begeleid door het aanzwellende gejuich van een hunkerend publiek. “Ballen”, noemt George de Vries (1959) het pure rugby met de handen. Hij heeft de clubdas van Amsterdamsche Atleten Club Rugby – opgericht in 1930 – rond zijn stevige nek geknoopt.

Barbarian Football Club
Buiten is het grijs en nat. In de kantine staan de houten banken rond een open haard. De ruimte is tot in de hoekjes betimmerd met schilden van clubs uit de bakermat van het rugby: Groot-Brittannië. Lowestoft and Yarmouth, Howe of Five, Old Bradleians, Limavady, ooit hebben ze tijdens een van hun jaarlijkse tournees Amsterdam aangedaan en volgens de traditie hun spoor gemerkt met het wapen van de club. Alleen het tapijt ontbreekt, maar verder waan je je in een pub in de Britse countryside in plaats van op sportpark De Eendracht in Amsterdam-West.

Naast de bar hangt een shirt. Zwart-wit gestreept in dikke horizontale banen met de letters B.F.C sierlijk gevlochten op de borst. Veilig achter glas. Begrijpelijk als je bedenkt dat het shirt van de Barbarian Football Club de droom is van iedere rugbyer, waar ook ter wereld. En De Vries droeg het. Niet gek voor iemand die tot zijn achttiende nog achter een ronde bal aan rende. “Toen werd duidelijk dat voetbal niet mijn sport was. “Ik kreeg een paar keer een rode kaart wegens ruw spel. Vervolgens zag ik bij Studio Sport rugbyflitsen voorbijkomen en dacht: Hé, die sport ligt mij misschien beter.”

Al snel bleek dat De Vries in de jeugd zijn roeping had misgelopen. Hij groeide uit tot één van de beste rugbyers die Nederland heeft gekend. De Vries speelde in totaal 64 interlands waarvan tien als aanvoerder. In de jaren negentig liep Nederland op de valreep het wereldkampioenschap in Zuid-Afrika mis. “De beslissende wedstrijd tegen Italië verloren we omdat zij snel de Argentijnse topkicker Dominguez tot Italiaan hadden genaturaliseerd”, zegt De Vries.

Traantje weggepinkt
Een hoogtepunt in de vorm van een WK Rugby bleef dus uit, maar de beloning kwam alsnog in 1994. “De bondsvoorzitter belde me op en vertelde dat ik was uitgenodigd voor de Barbarians”, zegt De Vries. Hij geloofde de voorzitter niet. Een Nederlander bij de Barbarians, dat was onmogelijk. “Toen het werkelijk tot me doordrong, heb ik wel een traantje weggepinkt.”

De Barbarian Football Club heeft een bijzondere positie in de rugbywereld. De club heeft geen eigen veld, geen clubhuis en lid ben je voor het leven, maar alleen na een uitnodiging. Oprichter William Percy Carpmeal had in 1890 een droom: hij wilde de schoonheid en sportiviteit van het rugby-football, zoals de sport in Engeland heet, over het land verspreiden. Na het seizoen vroeg hij de beste spelers om op toernee te gaan. Ruim honderd jaar later wordt die traditie nog altijd in ere gehouden. Ook rugbyers uit ‘kleinere’ landen worden uitgenodigd om de sport te promoten. Voor een rugbyer bestaat er geen grotere eer dan te worden uitgenodigd voor de Baa-Baa’s.

De Vries trok naar Wales voor de mooiste wedstrijden uit zijn carrière tegen Swansea en Cardiff. “Rugby is daar religie. De stadions zaten vol. En dan al die topspelers om je heen. Natuurlijk was ik zenuwachtig, maar je trekt jezelf op aan het hoge niveau.” De Barbarians spelen rugby in zijn puurste vorm. “Alles gaat met de hand, dat was wel even wennen. Een tactische kick is ‘not done’. Ik heb nog nooit zo kapot gezeten na afloop.”

James Bond-film
Na afloop hoopte De Vries het heilige shirt in zijn tas te kunnen stoppen, maar dat blijft eigendom van de club. Teammanager Mickey ziet daar streng op toe, maar De Vries wist een gevoelige snaar bij hem te raken: “Uiteindelijk zwichtte hij voor mijn argument dat alle Nederlandse rugbyers zich net als ik konden optrekken aan dit shirt.”
“Kom om half tien naar kamer 23”, fluisterde Mickey in zijn oor. De Vries: “Niemand mocht het weten. Het was net een James Bond-film.” De Vries kreeg het shirt in de kamer van de teammanager en hield woord. Hij schonk het shirt aan zijn club als symbool voor de schoonheid van het rugby. En als inspiratiebron voor alle jonge spelers die denken dat spelen voor de Barbarians altijd een droom zal blijven. Dat dacht George de Vries ook.

Back To Top