skip to Main Content

Zo’n kerstperiode, je kijkt er ieder jaar weer naar uit. Niet zozeer de kerstdagen zelf natuurlijk; welk verhaal je ook als leidraad neemt, het blijft toch op zijn best jongleren met geloofwaardigheid. Zelf ben ik er uiteindelijk op uitgekomen dat de kerstman is geboren in een iglo in Nazareth te midden van rendieren en zijn moeder was Katja Schuurman (daar knapt de kerststaliglo onder onze boom enorm van op). Hij kreeg kadootjes van drie wijzen uit het Oosten genaamd Leo, Hermen en Marloes en werd bezocht door Majoor Bosshardt met haar kudde zwervers. Een werkelijk schitterend verhaal. En daarom eten we ieder jaar een kudde dode beesten, drinken we liters glühwein en gieten we advokaat over ons roomijs. In ieder geval mijn kinderen kunnen zich helemaal vinden in deze gang van zaken (al vervangen zij de glühwein met 7Up & kola en de advokaat met diskodip) en vinden het niet minder dan terecht dat ze daarom een stapel kadootjes krijgen. En zo hoort het ook.

Maar zoals ik al schreef zijn verhalen uit een ver verleden niet direkt de eerste reden waarom ik ieder jaar uitkijk naar de kerstdagen. Sinds ze bij Tata Steel het idee hebben gekregen dat ik niet meer mag werken tussen kerst en Nieuwjaar, heb ik in die tijd doorgaans tijd voor andere zaken (tussen het konsumeren van kopieuze hoeveelheden dood beest en alkoholische versnaperingen waar je de rest van het jaar je neus voor ophaalt door dus). Dit jaar had ik een strak plan opgezet om van alles en nog wat tot een goed einde te brengen. Ik zou de website van AAC eens onder handen nemen, ik ging een knetterverse nieuwsbrief komponeren en ik ging het wedstrijdsekretariaat van de Sevens eens duchtig aanpakken. Dat was het plan. Maar het is traditie dat als ik een plan heb, dat daar dan onvoorstelbaar de klad in gaat komen. Ik heb al ongelooflijk de pest aan tradities, maar deze kan me helemaal gestolen worden. Maar tradities zijn nu eenmaal als voetschimmel; voordat je er erg in hebt zijn ze er en je komt er vrijwel niet van af. Zo ook deze traditie.

Niet te lang voor deze kerstperiode roste de één of andere lichtbeschonken onverlaat mijn harde schijf van de tafel en het arme apparaat was sindsdien bezig aan een langzaam maar desalniettemin zeer beslist overlijdingsproces. De apex van proces vond de afgelopen dagen plaats. In plaats van mijn tijd en kunde te kunnen aanwenden voor het hogere genot om alle zin en onzin die onze geliefde sport en vereniging omringen uitgebreid te verhalen, heb ik zitten rossen en rammen op mijn toetsenbord terwijl de rook uit mijn oren kwam en mijn humeur het kookpunt ruim overtrof. Vanzelfsprekend tevergeefs; het schijfje is volledig dood. Dat is jammer, maar nu het eenmaal zo ver is ook niet meer dan dat. En zoals een groot filosoof al eens poneerde; ieder nadeel hep se voordeel!

Ik heb nu de handen en de energie volledig vrij om mij toe te leggen op zaken die uiteindelijk veel belangrijker zullen blijken te zijn in de vaart der volkeren; AAC Rugby.

Allereerst een verhaal dat wel de moeite van het herhalen waard is; het verhaal dat alles vroegah veel beter was dan nu. Vergist u niet; dit verhaal is al minstens even oud als het kerstverhaal (laten we wel zijn; veel mensen geloven dat er zo’n twee millennia terug iemand geboren werd die kwam uitleggen dat het vroeger allemaal beter was). Dat is geen boude bewering; ik kan hem staven met een dokument uit een ver (en logischerwijs beter) verleden waar in fijne bewoordingen wordt uitgelegd dat het vroeger allemaal beter was. Dat vroeger al zo, dus nu helemaal.

Uit de archieven van Piet een stuk van Dik Linthout (de allereerste bijdrage van deze woordkunstenaar voor de Try) waarin de leden van AAC op het hart wordt gedrukt om weer terug te keren naar het juiste pad.

Zoals u ziet; er is niets, maar dan ook werkelijk helemaal niets, veranderd. Behalve dan dat alles vroeger beter was.

Alles?

Nee hoor!

Maakt u zich maar niet ongerust. Niet alles is beter.

Kijk maar de jaarlijkse wedstrijd Oud tegen Jong, die, zoals een goede gewoonte betaamd, al sinds jaar & dag wordt gespeeld op 1 januari.

Vroeger, toen ik nog meer haar op mijn hoofd had dan op de rest van mijn lichaam werd die wedstrijd altijd (en dat schrijf ik met nadruk; ALTIJD) gewonnen door Jong. Vraag het elke willekeurige veteraan bij AAC maar; alle wedstrijden tussen Oud en Jong werden gewonnen door Jong. Wij waren fantastisch! Zo hadden we altijd een veel betere scrum dan Oud. Niet dat we die nodig hadden, want we hadden alle balbezit en lieten die bal nooit uit onze handen vallen. We maakten de mooiste bewegingen. Iedereen drukte de winnende try en konverteerde die vervolgens in hoogsteigen persoon.

Als we klaar waren, dan had Oud nog maar net voldoende energie om ons het veld af te klappen. We dronken vervolgens al het bier op en zongen de fraaiste liederen alvorens we uitgebreid werden bedankt voor deze fraaie rugbyles door de schamel overblijfselen van Oud.

Dat was vroegah zo. Echt waar.

Gelukkig is dat niet meer zo. Tegenwoordig wint Oud deze wedstrijd ieder jaar met speels gemak. Ieder jaar vernederen we dat jonge gespuis weer met flitsend rugby. Zoals altijd hebben wij bijvoorbeeld de sterkste scrum. Niet dat we die nodig hebben; we hebben immers alle balbezit en laten het lederen kleinood nooit uit onze handen vallen. Ik kan mij van de laatste jaren alleen maar glansrijke overwinningen van Oud herinneren. En nou heb ik niet de waarheid in pacht (dat vind ik zelf wellicht wel, maar dat hoeft u daarom nog niet te vinden), dus ik daag u uit om iedere willekeurige veteraan naar de uitslag van de nieuwjaarswedstrijden van de afgelopen jaren te vragen. U zal zien; allemaal zegetochten van Oud. Sterker nog; iedere veteraan zal u kunnen vertellen dat hij hoogstpersoonlijk de winnende try heeft gedrukt. Nog sterker; hij heeft hem waarschijnlijk zelf gekonverteerd.

Komende nieuwjaarsdag gaan we deze goede gewoonte voortzetten. Om half twee verzamelen ons om vervolgens Jong een pak rammel te geven. Komt allen!

Nick.

Back To Top