skip to Main Content

Begin jaren zeventig was een aparte tijd. Nu kijken oudere jongeren met weemoed terug naar die jaren. Hun kale koppen meimeren van de lange manen die zij toen bezaten. Alles was beter, althans zo voelt dat nu. Maar als ik u in herinnering breng dat Nixon president was van Amerika en dat een modaal inkomen toendertijd iets meer dan 12.000 gulden was (euro’s, daar had nog nooit iemand van gehoord), dan wordt het al rap minder.

“Maar de muziek was fantastisch!” is dan het obligate antwoord. Nou… in 1971 was Bridge over Troubled Water van Simon and Garfunkel het best verkochte album, maar weet u nog wat daarna de bestseller was? Corry & de Rekels 2 van Corry Konings en haar Rekels!

Het was gelukkig niet allemaal treurnis. In 1971 ging de try van drie naar vier punten, en in Wales speelde wellicht het beste rugbyteam aller tijden. Het was de tijd dat rugby in Nederland het nivo geneuzel op een knollenveldje begon te ontstijgen. Het aantal clubs en spelers begon enorm te groeien (onder andere de Leidse RC DIOK, de eerste Nederlandse vereniging die de Amsterdam Sevens won, werd opgericht in 1971). Voor die tijd was rugby toch nog heel erg een studentengebeuren met een paar burgerclubs geweest. Nou is het gelukkig de charme van onze sport dat het toch nog een groot deel van die studentikoze inslag en dat gerommel op knollenveldjes heeft weten te behouden. Rugby is gelukkig zo’n sport waarbij men niet vergeet waar de echte wortels liggen.

Het rugbyjaar 1972 begon, zoals alle rugbyjaren beginnen, met het vijflandentoernooi. Het toernooi werd niet gewonnen door Wales, dat het jaar daarvoor de Grand Slam had gewonnen. Ze wonnen weliswaar al hun wedstrijden, maar door de rotzooi in Ierland werd het toernooi nooit afgespeeld.

Toch zou het een mooi rugbyjaar worden, al wisten we toen nog niet waarom. In Amsterdam liep Toon Bogers al een tijdje rond met het idee om een toernooitje te organiseren. Gewoon leuk; een gezellig toernooi om een beetje te kunnen ballen. Een internationaal seven-a-side toernooitje. Dat toernooitje werd de AAC Sevens. Twaalf teams namen deel aan die eerste editie. Het toernooi werd gewonnen door Walsall uit Engeland (beste Nederlandse team was de LSRG, dat in de halve finale werd uitgeschakeld). Ze zouden dat het jaar daarop weer doen. Die tweede editie werd al duidelijk dat het toernooi toekomst had; veertig teams namen deel.

Het toernooi wist zich in die eerste jaren al rap een prominente plaats te verwerven op de rugbykalender. In de eerste twee decennia namen meer dan 800 teams deel. Vier Nederlandse verenigingen namen al die keren deel (AAC, HRC, ’t Gooi en NFC). De grote attractie waren echter de buitenlandse teams.

Het belang van een toernooi als de Amsterdam Sevens voor het Nederlandse rugby is moeilijk te overschatten. Veel mensen kwamen hier voor het eerst in aanraking met echt toprugby. Je moet niet vergeten dat het een andere tijd was. Men zag hoegenaamd nooit een topwedstrijd. Er was geen rugby op TV. Nou ja het was er wel, maar niet in NL. Dat ene uurtje Studio Sport (of Sport in Beeld) per week werd niet gewijd aan rugby. Dat was voor voetbal, voetbal en soms wat flitsen van iets anders (met name schaatsen). Meer tijd voor sport op TV was er niet, want met twee netten was er gewoon niet genoeg ruimte voor meer sport. De EO kinderkrant, Mies Bouman en Willem Duys moesten immers ook nog hun ruimte krijgen. De BBC was iets dat je op de radio kon ontvangen, maar niet op TV. Een vlucht naar het buitenland kostte nog gewoon een half maandsalaris.

In Amsterdam konden de toppers aan het werk worden gezien. The Voyagers namen de titel over van Walsall in 1974 en zij zouden het toernooi nog tweemaal winnen (1975 & 1977). Die Voyagers waren de touristen van de London Welsh, toendertijd een absoluut topteam in Groot Brittannië. Met hen kwamen British Lions als John Taylor, Ellis Jones en Clive Rees mee.

In de jaren dat rugby nog een amateur sport was, was de verschijning van een wereldster nog een regelmaatje. Gavin Hastings, Mike Skinner, Paul Harrison kwamen langs. In 1990 wonnen de White Hart Marauders voor het eerst het toernooi (later ook nog in 1991 & 2000) met een team volledig bestaande uit internationals (o.a. Peter Winterbottom, Everton Davies, Gary Williams & Mark Titley). Als het al onvergetelijk was voor de toeschouwers, voor veel spelers waren de wedstrijden het hoogtepunt van hun loopbaan.

Tussen al dat lekkers uit het buitenland, mag niet vergeten worden dat ook menig Nederlandse zijn (of haar kunsten) liet zien op de velden. Mats Marcker was in zijn jaren een internationaal gekend sevensspeler. In 1993 wonnen de DIOK Barbarians het toernooi met weliswaar een stevige internationale inbreng, maar evengoed was het de eerste keer dat Nederlanders met de Zilveren Pier aan de haal gingen. Een kunststukje dat in 2002 werd herhaald door Castricum. In recente jaren is natuurlijk het jongensboek dat Tim Visser schrijft begonnen op de Amsterdam Sevens.

Waar jongensboeken worden geschreven, kunnen de dames niet achterblijven. Sinds 2004 maken de dames deel uit van het hoofdtoernooi. De eerst winnaar kwam gelijk uit Nederland; Thor. In 2006 en 2010 won W.O.P., een team bestaande uit Nederlandse topspeelsters. Dat succes heeft zeker in niet geringe mate bijgedragen aan de realisatie dat er meer te winnen is. En wat is er meer in sport, dan een Olympische medaille?

Met de Olympische status voor Rugby Sevens, ziet de toekomst van de Amsterdam Sevens er fantastisch uit. Toprugby gegarandeerd! Met een enorme dosis Oranje. Want hoewel een toernooi traditioneel gedragen door clubleden van AAC Rugby is de Amsterdam Sevens al tijden niet van AAC Rugby alleen, maar van heel rugbyend Nederland (en eigenlijk is het dat ook altijd wel geest).

Back To Top