skip to Main Content

Thuis heb ik nog een ansichtkaart met daarop een kerk, een kar met paard en de slagerij van J. van de Ven. Een kroeg, een jongeman op een fiets… het zegt u hoogstwaarschijnlijk niets, maar het was iedere keer weer een ontzagwekkend end trappen. Ik woonde in Amersfoort, om precies te zijn aan die kant die het verst mogelijk van Hilversum af ligt. En het veld van de RC Hilversum ligt nou ook niet wat je zegt aan de kant van Amersfoort. Kortom, zoals ik schreef, een ontzagwekkend end trappen.

Maar toendertijd, net zoals het grootste deel van mijn leven, was ik nog niet in het bezit van mijn rijbewijs. Ik fietste dus iedere training en wedstrijd van Amersfoort naar Hilversum en ‘s-nachts na een gezellige derde helft (ook gewoon na een training) weer terug. Trainingen waren ontspannen; je kon nog eens een grapje maken als er wat werd uitgelegd. Als Cees training had liep je dan vervolgens een half uur tussen de palen heen en weer en als John training gaf dan mocht je tien kilometer om een bos heen rennen. “Zo, dan kunnen de heren nu misschien wel zich koncentreren op de training.”

Je werd wel retefit.

Gelukkig was het rugby toen een stuk makkelijker dan nu, en in de eerste rij spelen was helemaal een eitje. Daar deden mannen als Terpstra, De Vries, Volker, Philippo, Van Zundert. Kummer, Beers, Seijbel, Dubbeldam en Rommelse hun dingetje. Hou me ten goede; allemaal hele aardige kerels, maar niet op het veld. Eigenlijk was je in de eerste rij je leven niet zeker.

En dan heb ik het nog niet eens over de monsters die de rest van de posities bemanden (als ik daar nu de namen van ga opschrijven, dan ga ik moeite krijgen om in slaap te komen).

Wat wel zou opvallen als ik dat zou doen is dat het Nederlanders waren. Het idiote idee dat het Nederlandse rugby enorm beter zou worden van horde buitenlandse passanten in de kompetitie was nog niet in de benevelde hoofden van de sportbestuurders opgekomen.

Om het genot kompleet te maken moest je gewoon je eigen spullen kopen (behalve de shirts (maar daarvoor moest je een tientje betalen voor het wassen), had nog nooit iemand gehoord van reiskostenvergoeding en als je je kontributie niet had betaald, dan mocht je niet spelen.

Gekkenwerk allemaal.

Maar wel gelachen!

Het mooie van al die idioterie is dat al die mannen nu nog steeds op en rond de Nederlandse rugbyvelden te vinden zijn (behalve de helaas te vroeg overleden held Vincent Dubbeldam).

Bijvoorbeeld als AAC VVV en De Bosbokken tegen elkaar spelen. Dat is dan dus ook nooit een makkelijke pot. We hadden ons daar bij AAC wellicht een beetje op verkeken. Met de gedachte dat Hilversum wel zo’n beetje uitgespeeld was, zou dit een makkie worden. Maar dat viel een beetje tegen. Een beetje veel. Natuurlijk was Hilversum niet naar Amsterdam gekomen voor een pak slaag en een paar biertjes. In tegendeel. Als De Bosbokken één wedstrijd willen winnen, dan is het wel die tegen AAC. En dan nog bij voorkeur in Amsterdam.

Hoewel AAC het merendeel van het balbezit had, leidde dat tot niets. Hilversum bleek uitstekend in staat om de scrum te kontrolleren en onze rolling maul ging helemaal nergens naartoe (nou ja; naar de zijlijn). De line-out ging gelijk op en Hilversum was net zo vaak op de helft van Amsterdam te vinden als dat wij hun helft bezochten. Dat had niet zo hoeven zijn, want zoals geschreven, had AAC het merendeel van het balbezit. Alleen deden we daar schrikbarend weinig mee. De voorwaartsen passten de bal voordat ze kontakt maakten (waarmee het heel doel van lopen met je voorwaartsen gemist werd) en in de driekwarten gingen de ballen niet lekker van hand tot hand, maar schrikbarend vaak met een stuit via de grond.

We hadden nog geluk dat Johan Vermeulen niet helemaal in zijn spel kwam. Het leek er een beetje op dat hij zijn favoriete antagonist, Erik, mistte en dien ten gevolge niet helemaal bij de les was. Zijn normaal zo machtige slof, doorgaans toch goed voor een metertje of vijftig terreinwinst, leverde nu veel te vaak niet meer dan een metertje of dertig terreinwinst op. En iedereen die wel eens tegen een Johan on fire heeft gespeeld, weet dat dat een onversneden mazzeltje van de bovenste plank is (voor AAC dan).

AAC drukte wel een try, maar daar was een ontzagwekkende berg werk voor nodig. De laatste wedstrijden hoeven we niet meer te spreken over het konverteren van de tries, want die lijken alleen nog genomen te worden om de spelers de tijd te geven terug te lopen naar de eigen helft. Voor de extra punten in ieder geval niet meer. Het bleef lang, heel lang, 5-0.

In de rust werd nog even uitgelegd dat het toch echt de bedoeling is om met je voorwaartsen wat ruimte te kreëren en dan met je backs wat ballen rond te spelen. Dat ging dan ook een stuk beter. Gelukkig maar, want in de driekwartlijn had Hilversum een bak ellende (voor AAC dan) het veld in gebracht in de vorm van Nicky Janssen. Het was duidelijk niet meer de bedoeling om Hilversum de bal vrijuit te laten uitspelen.

Het ging gelukkig beter. AAC slaagde erin om Hilversum in de eigen helft vast te pinnen, en de kontinue druk leverde een tweede try op. Maar weer niet van de gemakkelijke smaak.

Halverwege de tweede helft won AAC de bal op de 22 en die bal werd naar de driekwarten gespeeld. De lijn had een duidelijke overmacht en als er één suksesvolle aanval zou moeten zijn op deze dag, dan zou het deze moeten worden. Zou moeten, ware het niet dat Mad Mike de bal kreeg. Mike was geenszins van plan om de bal uit te spelen. Maar ook was hij niet van zins om zelf eens te gaan lopen. Nee; hij legde aan en maakte een schoonheid van een drop goal!

Het kunststukje werd door alle aanwezigen op zijn waarde geschat.

In het restant van de wedstrijd maakte AAC nog een try en daarmee leek de wedstrijd wel gespeeld. De voorwaartsen van AAC en Hilversum zaten er doorheen en de wedstrijd speelde zich nog voornamelijk af rond de middenlijn. Iedereen leek zich neer te leggen bij een overwinning zonder bonuspunt voor Amsterdam.

Tot in de allerlaatste minuut een diepe kick van AAC en goed jagende wing nog een laatste, onverwachte try opleverde. Eindstand 23-0. Een eindstand die wellicht niet helemaal recht doet aan de geleverde strijd van Hilversum, maar we zijn er niettemin gelukkig mee.

De derde helft was gezellig; bier, een uitstekend Schotland en een boel mooie verhalen over vroeger. Topdag!

Back To Top